Vorige sprint zakte de opbrengst met twee derde en bleef de vraag open staan of dat aan de balans lag. Deze sprint geeft het antwoord, en het lag ergens anders dan verwacht.
Maar eerst: je kunt nu iets kópen, neerzetten waar je wilt, en er iemand aan toewijzen. Het eerste object is het inpakstation. Objecten zijn data, ze staan op tegels, ze kosten geld, en ze zijn in de weg.
Zonder inpakstation verkoop je niets
Twee keer hetzelfde bedrijf, hetzelfde jaar. Eén keer met station, één keer zonder.
| zonder station | met station | |
|---|---|---|
| Geplukt in een jaar | 450 kg | 9.694 kg |
| Verkocht | niets | alles wat is ingepakt |
Die 450 kilo is geen willekeurig getal. Het is exact de capaciteit van de opslag: negen tegels van vijftig kilo. Daarna is de plank vol, valt de pluk stil, en gebeurt er een jaar lang niets meer.
Dat is de verklaring voor de instorting van vorige sprint. Het was geen balansprobleem en het lag niet aan de rijtijd. De opslag liep vol en er was geen schakel die hem leeghaalde. De inpakker is die schakel: hij haalt de planken de hele dag door leeg, en een opslag met ruimte is een pluk die doorgaat.
Van 1.640 kilo naar 9.694, door één ontbrekend station.
De achthonderd kilo die op een bug leek
Onderweg stond er een meting die niet klopte. Een inpakker vlakbij de opslag en een inpakker ver weg pakten allebei precies 800 kilo in. Exact hetzelfde getal. Afstand leek dus niets uit te maken, en dat kon niet.
Het bleek de plank te zijn. Een opslagzone van 4×4 tegels houdt 4 × 4 × 50 = 800 kilo, en meer lag er nooit. Beide inpakkers hadden die voorraad ruim binnen de dag leeg, en op het meetmoment stonden ze allebei op "alles wat er ooit lag".
Wie twee hardlopers pas na een uur bekijkt, klokt geen van beiden.
De aanname klópte wel: een verre opslag kost de inpakker meer van zijn uur. Alleen de meting deugde niet. Dichtbij is de plank na vier uur leeg, veraf na zeven. De simulatie is niet aangepast — die deed het al goed. De test wel, en die controleert nu ook dat er onderweg niets stilzwijgend is weggegooid.
Het anker houdt stand, met twee waarschuwingslampjes
Een station kopen is een investering en landt op de bankpost. De vraag was of zoiets de kostenverhouding kantelt. Dat doet het niet:
| Energie | 25,0 % |
| Personeel | 37,5 % |
| Bank | 36,9 % |
Alle drie binnen de marge die de test toestaat. Maar twee dingen staan op scherp, en die worden hier opgeschreven in plaats van weggekeken:
- Personeel zit een half punt van de rand. De derde man duwde die post omhoog, en de volgende werker duwt hem eroverheen.
- De marge tussen kas en vollegrond is versmald tot 1,24 tegen de 1,2 die de test minimaal eist.
Allebei geen falen van deze sprint, wel het eerste teken dat de prijzen aan een herijking toe zijn. Dat is een beslissing en geen bouwtaak, en die ligt bij Phillippe.
Vierhonderdtweeënzeventig tests groen, en de plant tick, de warmtebalans en de kamerdefinitie zijn voor de elfde sprint op rij niet aangeraakt.
Volgende sprint: van de pallet naar het laaddok.